Zuster Rabia

Zuster Rabi'a

Ik ben opgevoed zoals de meeste doorsnee Nederlanders. Individuele ontplooiing stond hoog in het vaandel en je moest leren je mannetje te staan. Na de scheiding van mijn ouders was het motto: alles went, behalve een vent. Mijn moeder voedde haar drie dochters alleen op en heeft de eindjes soms echt aan elkaar moeten knopen. Toch is dit haar heel goed gelukt, ook zonder hulp van een man.
De functie van mannen was mij dan ook niet helemaal duidelijk (ik was pas negen); ik vond dat ik alles kon wat een man kon en zelfs beter.
In mijn puberteit werd dit beeld alleen nog maar versterkt. Mijn vriendin en ik deden niet voor elkaar onder waar het om stoerheid en afkraken van mannen betrof.
Toch zag ik dat de praktijk anders was. Op momenten van verliefdheid liep iedereen als hondjes achter hun liefdes aan en ik weet nog dat ik haast van verbazing achterover viel toen ik hoorde dat mijn vriendin de hemden van haar vriend streek! Was dit nou die geëmancipeerde meid?
We hadden wel in de gaten dat onze theorie niet helemaal strookte met onze praktijk maar daar verzonnen we wel iets op. We maakten excuses die we afhankelijk van de situatie naar ons goeddunken aanpasten. Dat we eigenlijk gewoon zorgzame, huiselijke mutsen waren, dat zeiden we liever niet.

Wij waren onafhankelijke, zelfstandige, ondernemende meiden. Nooit zou ik mijn hand ophouden bij een man; ik zou zelf mijn geld verdienen, mijn man zou minstens de helft van het huishouden en de opvoeding van de kinderen op zich nemen en we zouden heel gelukkig zijn.

Inmiddels was ik in aanraking gekomen met de Marokkaanse cultuur en kreeg ik zelfs wel eens Marokkaanse visite. Ik merkte dat ik dan stikzenuwachtig was en ontzettend mijn best deed om alles goed te laten verlopen. Op zulke momenten wenste ik vurig dat mijn moeder me toch wat meer in het huishouden had laten doen en me had leren koken, want ik voelde de onzichtbare, doch priemende ogen van de Marokkaanse vrouwen op mij gericht.

Wist ik veel hoe je mintthee moest zetten, ik gebruikte altijd alleen maar zakjes en couscous?

Ik had daar niet eens een pan voor. Toen ik aan een huwelijk begon te denken, kreeg ik het Spaans benauwd.

Vanzelfsprekend en geheel tegen mijn eerdere overtuiging in, nam ik alvast de verantwoordelijkheid voor het draaiende houden van het huishouden.
Deels kwam dit onbewust doordat de man waar ik mee wilde trouwen Marokkaans was en ik had wel in de gaten dat in de Marokkaanse cultuur het huishouden geen mannenzaak was. Toch was dit niet de enige reden. Ik denk werkelijk dat er in iedere vrouw een zorgzame kant zit. Velen proberen dit te verklaren door de opvoeding de schuld te geven, maar ik vind het verwonderlijk dat dit een wereldwijd gegeven is en al sinds het begin der tijden. Als het de opvoeding zou zijn dan hebben vrouwen de mannen eeuwenlang te veel macht gegeven. Dit accepteer ik liever niet want dat impliceert een bepaalde mate van zwakte onder het gehele vrouwelijke ras; ze waren immers niet opgewassen tegen de mannen.
Ook in onze huidige samenleving zie ik, zoals ik eerder al zei, nog steeds dat mannen en vrouwen niet gelijk behandeld worden. Ook zijn het nog steeds de vrouwen die, meestal uit zichzelf, het grootste deel van het huishouden en de opvoeding op zich nemen. Zelfs in het meest geëmancipeerde land ter wereld, Denemarken, is dit het geval.

Vrouwen kiezen hier zelf voor, mijns inziens vanuit een biologisch bepaald principe en wensen niet de les gelezen te krijgen door vrouwen die wel een man hebben die fulltime "vadert".
Dit inzicht dat ik in de loop van de jaren heb ontwikkelt, kwam mij goed van pas bij mijn zoektocht naar islam. De traditionele rolverdeling die mij eerst nog tegen de borst stuitte, omarm ik nu.

In het tweede jaar van mijn "bekering" ging er voor het eerst een studie van start in Diemen. Hbo-islam was een opleiding tot docent en er werden verschillende islamitische, algemeen theologische en didactische vakken gegeven. Deze opleiding kwam als een geschenk uit de hemel. Mijn man en ik besloten deze opleiding samen te gaan volgen. Net voor de aanvang van het eerste leerjaar werd ik zwanger. Even heb ik getwijfeld, maar ik vond deze opleiding te belangrijk om te laten schieten. Mijn baby zou gewoon op de crèche bij de school gaan, dat leek me ideaal. Tot het moment dat ons zoontje zijn intrede in ons leven deed. Dit had zo'n grote impact op mijn leven dat ik het echt niet kon combineren met een opleiding die ook nog eens twee uur reizen was. Ik besloot te stoppen en me te wijden aan de opvoeding van mijn kind. Vanzelfsprekend kwam daar het huishouden bij. Ik was nu tenslotte elke dag thuis, terwijl mijn man meestal weg was. Zo werd ik van student huismoeder. Ergens vond ik dit wel een degradatie en ik probeerde een gevoel van meerwaarde te vinden door het huiswerk van mijn man te maken. Zo had ik het vreemde idee dat ik nog in de roulatie was.
Nu ik meer tijd voor mezelf had, verdiepte ik me nog meer in de islam en met name in de positie van de vrouw. Ik kwam tot de ontdekking dat ik mezelf voor de gek aan het houden was en mijn door God ingegeven vrouwelijke kant zoveel mogelijk probeerde te vermijden en ontkennen. In de boeken die ik las en de gesprekken die ik met anderen voerde, bleek telkens weer de grote waardering voor de vrouw in het algemeen en de moeder in het bijzonder. Langzaamaan kwam ik tot het besef dat het goed opvoeden van je kinderen tot de zwaarste taken in het leven behoort, niet te evenaren door welke andere wereldse baan ook. Zeker het islamitisch opvoeden was en is een zware taak in deze niet-islamitische samenleving. Vooral ook omdat ik deze opvoeding grotendeels zelf vorm moet geven. Ik heb tenslotte geen voorbeeld van huis uit meegekregen. Dit is tevens ook een groot voordeel; ik draag niet de last van een culturele opvoeding waarvan ik dacht dat het een islamitische opvoeding was. Het is heel duidelijk; ik heb geen islamitische opvoeding genoten.
Een jaar na de geboorte van mijn tweede zoon, begon het weer te kriebelen. Ik besloot, ook in het kader van de islamitische opvoeding, aan de Pabo (leraar basisonderwijs) te gaan studeren. Deeltijd, dus 's avonds, want ik wilde niet dat ik mijn kinderen tekort zou doen. Het eerste jaar ging heel goed; ik haalde mijn propedeuse op mijn sloffen, maar gedurende het tweede jaar voelde ik dat iets me tegen ging staan. Ik vond dat ik toch nog teveel tijd kwijt was aan huiswerk, tentamens en met name ook de stage. Ik vond dat ik niet echt iets goed af kon maken. Toen ook nog eens bleek dat ik weer zwanger was, was het voor mij duidelijk dat ik moest stoppen.
En voor de eerste keer kan ik voor honderd procent zeggen dat ik vreselijk blij ben dat ik niet buitenshuis werk of studeer. Met mijn tekstbureau vertaal en corrigeer ik wanneer het mij uitkomt, maar de verantwoordelijkheid voor het inkomen heb ik geheel naar islamitisch voorbeeld overgedragen aan mijn man en ik heb hier geen enkele moeite mee. Ik kan kopen waar ik of de kinderen behoefte aan hebben; tenslotte zorg ik ervoor dat hij geen kinderdagverblijf hoeft te betalen en dat zijn kleren netjes gestreken in de kast liggen. Couscous daar draai ik mijn hand niet meer voor om en eindelijk, eindelijk heb ik weer tijd om me te richten op dat wat voor mij belangrijk is; mijn kinderen en de ontwikkeling van mijn geloof. Mijn week zit hartstikke vol met het halen en brengen van de kinderen naar school, naar de crèche, naar zwemles, naar turnen en met bijeenkomsten die ik nu organiseer en bijwoon samen met vriendinnen om ons geloof te verbeteren.
Inmiddels heb ik samen met een vriendin het initiatief genomen tot het geven van Arabische en godsdienstlessen en probeer ik me toe te leggen op het schrijven van boeken. Ik ben dus geen duf, afgestompt huisvrouwtje zoals anderen mij lieten geloven .
Natuurlijk is niet alles van een leien dakje gegaan. Ik heb best moeite gehad met het idee dat mijn man in principe het laatste woord heeft in huis. Maar dit was onnodig, omdat ik geen onredelijke man heb die koste wat het kost zijn zin wil doordrijven. Mocht zich nu een situatie
voordoen waarin onze meningen ver uit elkaar liggen en hij mij grofweg iets zou verbieden dan zou ik dit (hoewel morrend) dragen door de gedachte dat ik beloond zal worden voor mijn geduld en het accepteren van mijn mans "wil". Dit klinkt ernstiger dan het is. Laat er geen misverstand over bestaan; ik voel mij niet onderdrukt door of onderworpen aan welke man dan ook. En daar ligt, denk ik, de basis; hoe oneerlijk of vrouwonvriendelijk bepaalde dingen in de islam ook lijken, wanneer een vrouw zich hierdoor niet onderdrukt voelt, kan je haar toch ook niet zo noemen? Veel vrouwen, waaronder ikzelf, halen hier zelfs een soort eer uit. Ik heb ooit eens gelezen dat het juist van kracht getuigt wanneer je je durft te onderwerpen of over kunt geven. Dit geldt naar mijn man toe, maar vooral ook naar de islam. Het woord islam betekent niet voor niets "vredevolle overgave". Dit is iets wat je moet leren en dat soms jaren kan duren, maar ik kan je vertellen dat het een ongelooflijke rust in mijn leven heeft gebracht.

Waar ik mij wel aan erger is dat de cultuur nog te vaak met de godsdienst wordt verward. Dit heb ik al uit de doeken gedaan bij de praktijk, maar in mijn eigen praktijk merk ik dit ook.
In de naïviteit van mijn tienerjaren dacht ik dat alleen mijn religie er toe deed. Als ik maar moslim zou zijn dan kwam alles wel goed. Later bleek dat ik niet alleen de islamitische gemeenschap was binnengetreden, maar ook de Marokkaanse. Ik heb wel eens horen zeggen dat iemand die op latere leeftijd moslim wordt toch nooit zo goed moslim zou kunnen zijn als iemand die de islam van huis uit heeft meegekregen. Dit vond en vind ik zo'n onzin. In mijn omgeving en verder weg zie ik juist het tegenovergestelde; "nieuwe" moslims zijn veel meer op zoek naar hun nieuwe identiteit, terwijl "geboren" moslims veel vanzelfsprekend vinden en denken de wijsheid in pacht te hebben. Maar met de komst van moslims die hun religie willen leren kennen, zie ik hierin ook een kentering.
Binnen de vele culturele, islamitische groeperingen heersen regels die van ver voor of na de islam stammen. Zo merk ik dat het als vrouw lastig is om sociaal en maatschappelijk betrokken te zijn. Zulke vrouwen hoeven niet op waardering te rekenen. Voor Nederlandse moslima's wil nog wel eens een oogje toegeknepen worden, maar iedereen weet wel wie je bent en vooral met wie je getrouwd bent en bij welke familie je hoort. Voor de echtgenoot of schoonvader in kwestie is het niet altijd prettig van anderen te horen dat zijn vrouw annex schoondochter vanmiddag om drie uur bij de Zeeman stond. Maar tegelijkertijd wordt ook gevraagd waarom de vrouw niet in de moskee is met de feestdagen, terwijl veel Marokkaanse vrouwen thuis op manlief zitten te wachten. Ik voel duidelijk dat er onderscheid gemaakt wordt, een onderscheid dat zijn basis niet in de islam heeft.
Inmiddels ben ik hier wel aan gewend, maar het blijft vervelend dat je bepaalde vrouwen nooit betrokken krijgt bij activiteiten die voor henzelf of voor hun kinderen van belang zijn. Hierin spelen mannen wel eens een beperkende factor. Ik denk wel dat dit per generatie beter zal worden, hoewel ik onder beter niet bedoel dat moslimvrouwen per se de zelfde rechten moeten hebben als niet-moslimvrouwen. Er zijn vanuit de islam regels betreffende vrouwen die ik zelf ook niet wil overschrijden.
Wat ik graag wil is dat zowel mannen als vrouwen kennis opdoen over de islam en deze kennis ook in praktijk brengen. Zo weet iedereen waar hij aan toe is en worden de rechten van vrouwen niet meer met voeten getreden. En wanneer vrouwen voelen dat ze hun rechten krijgen en gewaardeerd en gerespecteerd worden, zal er meer harmonie heersen in het huwelijk en dit komt de opvoeding van de kinderen ook weer ten goede.
Kortom, het wordt tijd dat de mannen eindelijk eens het voorbeeld van hun geliefde profeet (saaws) gaan volgen, iets dat ze ruim 1400 jaar geleden al hadden moeten doen (nou ja, hun voorvaderen dan) en het wordt tijd dat vrouwen zelf eens initiatief nemen tot kennisvergaren, hetzij buitenshuis met vriendinnen, tijdens lezingen of in de moskee hetzij binnenshuis door middel van boeken en internet. En eis je recht op! Wijs je man op de overtredingen die hij naar jou en vooral ook naar zijn Schepper toe maakt.

 




Terug